TEKSTEN

Goedemiddag voor u staat Quinta Bies oud studiegenoot van Emmy Bergsma,
voormalig galeriehouder, kunstenmaker in gedachte niet in het materiële.
Spreker en kijker aanzwengelaar en onruststoker. Mag ik u adviseren
achteraf niet te denken, goh die Quinta Bies, wat een succesvolle vrouw
die laat ik met rust, maar goh wat een succesvolle vrouw, hoe ga ik haar
een baan aanbieden!

Geacht publiek: welkom. Vandaag, zaterdag 21 juni is het de langste dag
van het jaar. Ze duurt 16 uur en 34 minuten. Nog even volhouden allemaal,
we zijn op de helft. Het leek mij een goed idee een zo’n lang mogelijke
speech te houden op deze dag. Nee. Slecht idee zei Judith Hofmann,
onze curator. Zal ik een dans doen? Nee. Slecht idee, zei Judith Hofmann.
Dus ik zal het kort houden maar niet logisch. Hoe lijkt u dat?

Ik citeer ‘In deze expositie brengt Emmy Bergsma met haar tekeningen een
ode aan de uitbundige stadsnatuur, die gretig en uitbundig gebruik maakt
van het overvloedige licht dat nu voorhanden is. Emmy Bergsma bekijkt het
stadsonkruid dat zich een weg baant door de nauwe voegen tussen stoeptegels’.

Herinnering 1. Mijn toenmalige verloofde H. had een baan bij de gemeente.
Na afstuderen aan de akademie (onze Aki ) was hij met behoud van uitkering
ongeschikt verklaart voor de arbeidsmarkt. In een lichtgevend pak mocht hij
verplicht voor de gemeente gaan vegen en opruimen. Een nederig klusje maar
niet geheel naar ontevredenheid overigens. In het kader van onkruidbestrijding
moest H. met een fles gif op zijn rug en zo’n slangetje het onkruid besproeien.
Je ziet het soms nog wel eens. H. was echter hyper-allergisch voor van alles
en nog wat en bleek niet tegen het gif te kunnen. Hij vertelde het aan zijn baas
en die stuurde hem naar huis. Er moest een verklaring worden ingeleverd van de
dokter: en inderdaad hij mocht niet met deze chemicaliën werken, dit was inderdaad
slecht voor zijn gezondheid. Maar goed, het werk moest wel gedaan worden.
Vervolgens heeft H. nog dagen, nee, wekenlang het onkruid besproeid met zo’n fles
op zijn rug en met zo’n slangetje maar zonder gif.
Hij gaf wekenlang, nauwkeurig en met gepaste toewijding al ons Enschedeese onkruid
water. Gewoon water. Wat een heerlijk idee hè? Grappig hè?

‘Emmy Bergsma zoomt in op het uitbundige onkruid rondom de stammen van de
kastanjebomen in haar straat en merkt op dat ze dan gaan lijken op mini-jungles.
Ze ziet de wonderlijke keuze van een eenzame klimop, die door het plafond van het
filmhuis naar binnen groeit. Een plek waar het licht meer uit dan aan is. Deze
observaties zijn in 16’34” de uitgangspunten voor haar tekeningen’.

Vraag 1. Waarom ben ik hier? Ik houd niet van onkruid, ik hou van strakke heggen,
kort gras en borders en perken met zo’ n duidelijke opgehoogde rand. Ik ben mij
bewust van mijn truttigheid, ik heb allemaal vrienden met volle uitbundige
woekerende levens en tuinen. Maar ik houdt van inperking afkappen en snoeien.
Helderheid. Duidelijkheid. Overzicht, een heleboel van het zelfde op 1 plek niet
dingen die doormekaar heen gaan groeien. U begrijpt dat ik hier dus heel
zenuwachtig van word.
Het begint al wanneer je er ongezien langs wil lopen
langs deze kunstbunker. Het was al een onkruidparadijs maar nu met Emmy
in the house is er nog een schepje bovenop gedaan. Tot op de ramen klimt en
woekert het zich een baantje naar buiten. Brrr. Overal waar ik kijk klimt en draait en leeft het.

Ik citeer ‘Door haar manier van werken komen tevens gedachten over eindigheid,
tijdelijkheid en de daarmee gepaard gaande melancholie aan de oppervlakte’.

Herkenning 1. Aan de binnenkant van mijn been klimmen er kleine adertjes,
ik begrijp niet zo waar het naar toe moet. Maar zij weten het denk ik wel.
Want de plek wordt met de jaren steeds groter. Het komt door ‘het met je benen
over mekaar zitten’. Onder druk zoekt de hoofdader kleine uitvalsweggetjes.
Ik probeer niet meer met mijn benen over mekaar te zitten maar dat is best lastig.
En het is ook oncharmant.

Verklaring 1. Emmy is een geweldige, sterke kunstenaar. Ze gaat zo hup de diepte
in en blijft toch een opgeruimde vrouw.
Of misschien zorgt het één wel voor het ander. Haar werk vernieuwt zich,
ze verrast maar blijft ondertussen duidelijk herkenbaar.
Er is veel zwart. Ik vind het organisch, diepgeworteld, onderzoekend, nooit saai,
ernstig maar niet zwartgallig.
Duuster vind ik een mooi woord. Veel dood maar als je dan weer langer kijkt veel leven.
Het gewoeker hier met die lijnen heeft ook iets bevrijdends. Naast die gitzwarte
volumes die je soms beklemmenderwijs tegemoet kunnen komen, kruipen. Klimmen en
groeien de grillige lijnen alle kanten op. Maar ieder lijntje is goed te lezen het
heeft ook iets frivools. Tralalalala. Hupsefluts het mag weer even. Gewoon lekker
tekenen, zo’n gevoel krijg ik er ook bij.
Wat niet betekent dat ik enorme zin heb in snoeien, ramen zemen en schilderijen
inpakken.

Advies 1. Inpakken meenemen opruimen. Ik voel dit soort dingen haarscherp aan als
kunstambassadeur.
U gaat zich op het werk storten, u zoemt in en u zoemt weer uit.
U vraagt of u hier kan pinnen dat kan niet maar overmaken van een afstandje mag ook altijd.
U komt terug en kiest het paneel waar u het langst naar moest kijken.
Het beangstigt u helemaal niet in tegenstelling tot deze spreker,
nee u geniet enormvan al die details en dat gekruip en gewoeker en u gaat
duurzaam investeren en u koopt een Bergsma. Haar prijzen zijn prima hier
kunnen we niets over zeggen.
En niets tegen inbrengen dus feliciteer u zelf en woeker voort.
Koop een Bergsma en uw leven zal voorgoed veranderen. Positief natuurlijk.
En als u niet van verandering houdt, koop ook gerust een Bergsma, uw leven
zal precies het zelfde blijven. Maar om u heen woekert het verder. Met Bergsma
voorop. Lieve mensen geniet van de diepgang die hier voor u wordt gepresenteerd
geniet van de aanwezigheid van mensen. Geniet van het transformatorhuis geniet
van de natuur geniet van de langste dag geniet van uw oneindigheid en geniet van
uw eigen gewoeker.Ik verklaar deze expositie als succesvol en geopend.
Graag een hartelijk en lang applaus voor Emmy Bergsma!!!!!!

Iets vinden, terwijl je er niet naar zoekt noemt men serendipiteit.

Een mooi gegeven vind ik, alsof er een lampje aangaat in een kamer waarvan je niet
wist dat hij donker was.
Welnu, een tijdje geleden was ik in Amsterdam, en daar vond ik nu precies een
antwoord op vragen waar ik geen antwoord op zocht.
Het is namelijk zo dat ik mij tijdens het wachten op de trein, of het fietsen door
de stad vaak bezig houdt met het bekijken van planten die tussen de stenen van het
perron doorgroeien, of mos, groene algen en klimop dat met woeste overtuiging
tegen onze betonnen wereld opklimt, en in de meest onmogelijke omstandigheden
groen laten zien.
Ik vraag mij dan af ( en ik weet inmiddels, vele met mij), hoe de
wereld eruit zou zien als de mens zijn ijverige schoonmaakwoede in de orde
van steen, metaal en cement zou laten rusten? Wat zou er gebeuren met het
Centraal Station, het terras, en onze keurige straten wanneer de natuur
zijn gang kan gaan?

Wat gebeurt er met onze hoeken, rechte lijnen, grenzen en afbakeningen?
Tijdens mijn bezoek in Amsterdam vond ik in het werk van Emmy Bergsma,
een antwoord. De kronkelende lijnen, schaduwen, en
rondingen laten een wereld zien waar de natuur
over zichzelf heen woekert: een gekronkel van donkere
lianen en vergeten planten.

In sommige werken was de mens nog goed te herkennen, in andere werken verdween het
lijf en gezicht in een onherkenbaar wezen, of bijna in zijn geheel onder een
oerwoud van zwartgevloeid groen.
Ik ontdek een melancholisch verlangen naar die alles verterende romantische orde
van de natuur. Een naïef verlangen naar een vorm van natuurmystiek, waarvan ik
zeker weet dat het alleen kan worden beantwoord door kunst, in de breedste zin van
het woord. Een antwoord op de vraag hoe het zou zijn als
hetindividu weer deel uitmaakt van het organische geheel.
(Hegel).

Het werk waarover ik schrijf heet Adam, the first gardener, en is 120×130 cm,
houtskool en softpastel op papier, gemaakt in 2015. Sabine Winters-Denkkaders

Voor de website waar dit artikel op verschenen is, klik hier